Open Status
Begrippenlijst

Begrippenlijst

Verklaringen van begrippen voor monitoring, incidenten en beheer in Status.

Deze begrippenlijst definieert termen die in Status worden gebruikt.

BegripBetekenis
BevestigenVastleggen dat iemand de verantwoordelijkheid voor een incident heeft opgepakt. Het incident wordt er niet mee opgelost of toegewezen.
Agent of workerEen apart Status-proces dat controles uitvoert en de resultaten terugstuurt naar de Status-applicatie. Een privé-agent hoort bij één organisatie.
MeldkanaalEen externe bestemming — e-mail, webhook, chat of PagerDuty — die geselecteerde incidentgebeurtenissen ontvangt.
API-sleutelEen geheime sleutel voor scripts of integraties. Het is niet het aanmeldwachtwoord van een persoon.
ComponentEen dienst of functie die klanten zien op een statuspagina, zoals Website of Betalingen. Eén component kan de gezondheid van meerdere monitors samenvatten.
OmgevingEen label als productie of staging waarmee monitors en bijbehorende informatie worden geclassificeerd en gefilterd. De keuze filtert de weergave; er worden geen gegevens verplaatst.
FoutbudgetDe hoeveelheid falen die een servicedoelstelling nog toestaat binnen zijn venster voordat het doel niet wordt gehaald.
EscalatiebeleidEen geordende lijst van piketbestemmingen met een wachttijd per stap. Status loopt het beleid af tot een incident is bevestigd of opgelost.
FoutbevestigingHoe lang een fout moet aanhouden voordat Status een monitor op down zet. Het onderdrukt meldingen door kortdurende fouten.
IncidentHet gedeelde dossier van een storing: ernst, publieke updates, intern herstelwerk, eigenaarschap en tijdlijn.
OnderhoudsvensterEen geplande periode waarin bepaalde storingen worden verwacht en controles worden onderdrukt. Dit is iets anders dan een monitor onbeperkt pauzeren.
MonitorDe opgeslagen beschrijving van wat Status controleert, vanaf waar, hoe vaak, en wat als succes geldt.
NotificatieEen bericht in de inbox van een persoon, in de browser of via een ander ingesteld kanaal, omdat een gebeurtenis aan de regels voldeed.
Doelstelling (SLO)Een doel op één monitor — beschikbaarheid of latency — met een venster en een budget voor falen. Burn-meldingen worden verstuurd wanneer het foutbudget te snel wordt verbruikt.
OrganisatieEen afgeschermde werkruimte met eigen monitors, incidenten, leden, statuspagina's en instellingen. Van organisatie wisselen wisselt de werkruimte waarin je werkt.
In afwachtingEen monitorstatus die betekent dat Status nog niet genoeg geaccepteerde informatie heeft om up of down te bepalen. De monitorlijst noemt dit Wachten.
HerstelbevestigingHoe lang een monitor moet slagen voordat een down-monitor weer up wordt.
RegioEen benoemde workerlocatie waarmee controles vanaf een bepaalde plek of netwerk worden uitgevoerd.
RolHet rechtenniveau van een persoon in een organisatie: viewer, member, admin of owner.
DraaiboekInstructies die jouw organisatie bijhoudt om een dienst te onderzoeken of te herstellen. Een monitor kan ernaar verwijzen.
ErnstDe impact van een incident: minor, major of critical. Spreek binnen de organisatie eigen voorbeelden af, zodat de niveaus consistent worden gebruikt.
StatuspaginaEen pagina die geselecteerde componentgezondheid, incidenten, onderhoud en historie communiceert aan een publiek.
AbonneeEen persoon of endpoint die een abonnement op een statuspagina heeft bevestigd en heeft gekozen welke gebeurtenissen of componenten te volgen.
OnderdruktUitgesloten van gezondheidswijzigingen of van verwachte incidentruis, meestal door onderhoud, een schema of een ongezonde afhankelijkheid. Het resultaat kan nog wel in de historie staan.
TaxonomieGedeelde tags en mappen om monitors te classificeren. De velden voor omgeving en eigenaarschap zijn verwante classificatiegegevens.
TijdlijnDe geordende historie van wijzigingen en gebeurtenissen op een incident of onderhoudsvenster, met vermelding van wie wat deed.
WerkbankEen veilige plek om een concept van een monitor te draaien zonder de opgeslagen monitor, de productiegezondheid of incidenten te raken.

Verwante documentatie